Outlook, Gmail, Apple Mail, iPhone, Android, light mode, dark mode… Wie een e-mailcampagne goed wil testen, kan al snel tientallen previews aanvinken. (in tools zoals Email on acid) Maar meer testen betekent niet automatisch beter testen.
De kunst is om een testset samen te stellen die technische verschillen, daadwerkelijk gebruik én jouw doelgroep afdekt. Hoe pak je dat aan?
Niet ieder device of iedere versie hoeft apart getest te worden. Veel e-mailclients gebruiken dezelfde rendering engine en laten een e-mail daardoor vrijwel identiek zien.
Een goed voorbeeld is de iPhone. Verschillende recente iPhone-modellen gebruiken dezelfde Apple-engine. Het heeft dus weinig zin om ieder model afzonderlijk te testen. Kies liever representatieve versies en zorg dat je relevante verschillen, zoals schermbreedte, afdekt.
Bij Outlook ligt dat anders. Klassiek Outlook op Windows gebruikt de Word-engine en die kan nog altijd voor afwijkingen zorgen. Denk aan kolombreedtes, afbeeldingen en tekstgroottes. Daarom is het verstandig om Outlook desktop bewust in je testset op te nemen.
Een praktische testset hoeft dus niet eindeloos lang te zijn. Zorg vooral dat de belangrijkste omgevingen vertegenwoordigd zijn.
Denk aan Outlook op Windows, Apple Mail, Gmail op Android en iOS, Outlook mobiel, Gmail Web en Outlook/Microsoft 365 in de browser. Test daarnaast light en dark mode op plekken waar die daadwerkelijk verschillend renderen. Gmail Web verandert de e-mail zelf bijvoorbeeld niet in dark mode, waardoor een aparte dark-modetest daar weinig toevoegt.
Het uitgangspunt: test iedere relevante rendering engine en ieder écht verschil, niet iedere beschikbare variant.
Een algemene basisset is precies dat: een basis. De juiste testmethode hangt ook af van wie de e-mail ontvangt.
Heb je een sterk zakelijke doelgroep met veel desktoplezers? Geef Outlook dan extra gewicht. Richt een campagne zich vooral op consumenten en mobiel gebruik? Dan worden Apple Mail en Gmail belangrijker. En bij een internationale campagne kunnen weer andere clients of webmailomgevingen relevant worden.
Gebruik dus wat je over de doelgroep weet om je standaard testset aan te scherpen.
Het klinkt logisch om daarvoor simpelweg de clientdata uit je ESP te gebruiken. Helaas is die informatie steeds minder betrouwbaar. In sommige gevallen komt 50 procent van de data anoniem door en daardoor als onbekend. Dan baseer je je dus maar op de helft van jde gebruikers in je base.
Combineer daarom actuele marktdata, technische kennis en wat je daadwerkelijk over de doelgroep weet.
Een goede testmethode draait uiteindelijk niet om zoveel mogelijk vinkjes zetten. Begin met een solide basisset, voorkom dubbele tests en voeg specifieke checks toe als de doelgroep of campagne daarom vraagt.
Onze tip: vraag bij iedere test niet alleen óf je hem kunt uitvoeren, maar vooral wat je ermee afdekt. Zo besteed je meer aandacht aan de plekken waar problemen echt kunnen ontstaan en minder tijd aan tien keer hetzelfde plaatje.
p.s. Ben je benieuwd naar het overzicht van clients die wij testen? Laat het ons weten en dan sturen we je onze lijst toe.